Pesten op school


In dit protocol staat beschreven hoe pesten, waaronder digitale vormen van pesten te herkennen is, hoe preventief wordt opgetreden, hoe er curatief wordt opgetreden. Voor de leesbaarheid wordt het zgn.cyberpesten niet als aparte categorie aangehaald maar valt onder de terminologie van pesten.
Pesten in vele vormen komt ook op de Spoorscholen voor. Pesten op school moet gesignaleerd en serieus aangepakt worden.
De piek van het pesten ligt bij leerlingen tussen 10 en 14 jaar, maar ook in lagere groepen wordt er gepest. Daarom is een protocol van belang zodat een integrale aanpak met alle betrokken partijen tot stand komt.
Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.
Spoor heeft, afgeleid van het landelijk bekende protocol, een bovenschools pestprotocol vastgesteld dat dient als uitgangspunt voor anti pestbeleid op alle scholen.
 
Onze doelstellingen:
 
“ Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen”
 
Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken. 
Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!
De scholen van SPOOR voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1. Pesten, waaronder cyberpesten, moet onderkend worden door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pester(s) en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna genoemd: ouders)
  2. De school moet proberen pesten te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.
  3. Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
  4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
  5. Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van de (externe) vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.
  6. Op iedere school is een schoolcontactpersoon aangesteld.
 
Plagen is niet hetzelfde als pesten. De verschillen kun je aanduiden met:
Plagen                                                  Pesten
Gelijkwaardigheid machtsverschil
Wisselend “ slachtofferschap” hetzelfde slachtoffer
Humoristisch kwetsend
Af en toe vaak/voortdurend
 
Een definitie van pesten is “pesten is het systematisch uitoefenen van psychische en/of fysieke mishandeling door één leerling of een groep leerlingen van één of meer klasgenoten, die niet (meer) in staat zijn zich te verdedigen.
 
Signalen van pestgedrag kunnen o.a. zijn:  
A.Preventief beleid in de praktijk.
 
Op de scholen, in alle groepen wordt regelmatig over een onderwerp, gerelateerd aan het pesten, gesproken en gewerkt. Dit kan ook gebeuren binnen een bepaald programma voor sociaal-emotionele ontwikkeling zoals bijvoorbeeld de Kanjertraining,  Leefstijl en de Vreedzame school.
Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen.
Leerkrachten (en ouders) geven het goede voorbeeld. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd. Alle medewerkers op SPOOR scholen nemen duidelijk stelling tegen dergelijke gedragingen.
Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels met de leerlingen. 
De schoolcontactpersoon kan naast de leerkracht een aanspreekpunt zijn voor zowel leerlingen, ouders en collega’s als het gaat om pesten en kan de leerkrachten ondersteunen in het voorkomen van pesten in zijn/haar klas. Leerlingen kunnen met persoonlijke problemen ook bij de schoolcontactpersoon terecht. De schoolcontactpersoon is er in de eerste plaats om te luisteren. Zij kunnen advies geven of verdere hulp of met de leerlingen het probleem op te lossen. Als er sprake is van seksuele intimidatie verwijzen zij naar de externe vertrouwenspersoon. Ook leerkrachten kunnen informatie inwinnen bij de schoolcontactpersoon over het voorkomen of aanpakken van pesten in de klas.
 
Uitgangspunten daarbij zijn:  
Regels die zouden kunnen gelden in alle groepen(en natuurlijk ook daarbuiten): 
  • Ik behandel anderen, zoals ik zelf behandeld wil worden.
  • Ik doe vriendelijk en help waar ik kan
  • Ik ben voorzichtig met spullen van mijzelf en die van iemand anders.
  • Ik kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.Wij spelen zoveel mogelijk met elkaar. Wij luisteren naar elkaar.
  • Als je kwaad bent of ruzie hebt, probeer je eerst samen te praten. Als je dat moeilijk vindt, vraag je  meester of juf om hulp.
  • Wij noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen bijnamen of scheldwoorden
  • Iemand niet op uiterlijk beoordelen, uitlachen, opzettelijk opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten of buitensluiten .
  • Nieuwe kinderen vangen we goed op, zij zijn ook welkom op onze school.
  • Klikken doen we niet maar we zeggen wel als er iets gebeurt dat je onprettig of gevaarlijk vindt, dan vertel je dat direct aan meester of juf dus ook als jezelf of iemand anders wordt gepest of de pester blijft doorgaan
  • Als je gepest wordt dan praat je er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.
Toevoeging:
Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de leerkracht. Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de zgn. groepsregels.
Schoolregels en aanvullende afspraken die zijn gemaakt hangen zichtbaar in iedere groep. 
 

 
B.Curatief beleid in de praktijk
 
Wanneer de leerkracht signaleert, dat er sprake is van pesten, is er een stappenplan op de school uitgewerkt.
De volgende punten zijn van belang.
 
1. Gesprek met de gepeste leerling en gesprek met de dader(s)
Deze twee onderdelen vallen beiden onder de eerste stap. Ze dienen naast elkaar uitgevoerd te worden. Het is namelijk van belang dat er met zowel het slachtoffer als met de daders in gesprek gegaan wordt. Daarvoor dienen de dader(s) dus opgespoord te worden. Er moet worden afgewogen of de gesprekken afzonderlijk plaatsvinden of dat dit in een driegesprek (leerkracht, slachtoffer, dader) kan plaatsvinden. Hierbij worden duidelijke afspraken gemaakt over het vervolg.
 
Gesprek met de gepeste leerling
Het is van belang dat de leerkracht:  
Gesprek met de dader(s)
Hierbij is het van belang:  
2. Ouders/verzorgers van de leerlingen op de hoogte stellen
De leerkracht informeert zowel de ouders/verzorgers van de gepeste leerling als de ouders/verzorgers van de pester zo spoedig mogelijk over wat er speelt. Denk hierbij aan het volgende:
Benadruk dat het van belang is elkaar te informeren en te overleggen. Inleven in het kind; wat is de
oorzaak van het pesten?  Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn: Vraag hen of zij de signalen herkennen. Wanneer zij niet weten wat de signalen zijn, kunt u hen hierover informatie geven.  
3. Afronding
Wanneer de leerkracht signaleert, dat het pesten daadwerkelijk is gestopt, informeert hij/zij de ouders/verzorgers hierover. Bovendien informeert hij/zij de directie over het voorval en de gemaakte afspraken. De directie registreert dit in de zogenaamde ‘incidentenregistratie’.Hiermee is de procedure afgerond.
 
4. Nazorg
Het is belangrijk om de leerlingen voorlopig te blijven volgen, om te voorkomen dat het pestgedrag terugkeert.
Vraag de leerling die gepest is af en toe hoe het met hem/haar gaat. Let erop dat dit gebeurt in een veilige ruimte. Wanneer de leerling over de gang loopt zal hij/zij waarschijnlijk minder snel zeggen dat het niet goed gaat. Ook de leerling die gepest heeft kunt u vragen hoe het met hem/haar gaat. Deze kan namelijk ook behoefte hebben aan aandacht.
 
5. Blijvend pestgedrag; herhaling van het pestgedrag ( zie bijlage 2 fase 4)  
Meer informatie over pesten: het boek mijnleerlingonline van Justine Pardoen & Remco Pijpers
Kijk hiervoor op de volgende sites:
www.pestweb.nl                                 www.pesten.net 
 
Bijlage 1
 
Aanpak van ruzies/ pesterijen in 4 stappen:
 
STAP 1:
Er wordt altijd geprobeerd er eerst zelf ( en samen) uit te komen, op basis van de gemaakte afspraken.
 
 STAP 2:
Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt ( in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de leerkracht voor te leggen.
 
 STAP 3:
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en bemiddeling Er worden samen met de leerlingen, voor hen te begrijpen en te accepteren, oplossingen en (nieuwe) afspraken gemaakt. Na een aantal dagen wordt door de leerkracht bij beide leerlingen gecheckt of de afspraken (kunnen) worden nageleefd.
Bij herhaling van pesterijen / ruzies tussen dezelfde leerlingen volgt een vervolgtraject.  (zie stap 4 en bij consequenties).
 
  STAP 4:
Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en keurt in een gesprek met betreffende leerling het gedrag af. De fase van begeleiding van de gepeste en de pester treedt in werking (zie hieronder).
De ouders worden op de hoogte gebracht van het ruzie/pestgedrag.
Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.
 
De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de schoolcontactpersoon, de ouders en/of externe deskundigen.
 
BEGELEIDING VAN DE GEPESTE LEERLING:
 
Vanaf het eerste gesprek met de leerling contact met de ouders:elkaar informeren en overleggen, samenwerken aan oplossingen
Medeleven tonen, luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.
Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten.
Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest. Huilen of heel boos worden is  vaak een reactie die een pester uitlokt. Je kunt samen met de leerling nagaan hoe je wellicht op een andere manier kunt reageren.
Sterke kanten van de leerling benadrukken als mogelijk hulp bij het vinden van een oplossing.
Samen met de leerling nagaan welke oplossing hij/zij zelf wil, en samen komen tot afspraken om eigen gedrag te veranderen
Ouders informeren over gemaakte afspraken en indien van toepassing vragen om medewerking.
Regelmatig controleren/ evalueren van afspraken en leerling belonen (schouderklopje) als hij/zij zich anders/beter opstelt.
 
BEGELEIDING VAN DE PESTER:
 
Vanaf het eerste gesprek met de leerling contact met de ouders: elkaar informeren en overleggen, samenwerken aan oplossingen.
Gesprek(ken)met de pester , zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten, inleven in het kind; wat zou de onderliggende behoefte kunnen zijn en de leerling laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is op de gepeste.
De pester in laten zien welke sterke (leuke) kanten hij/zij ook heeft en samen oplossingen zoeken: Hoe kan de leerling anders omgaan met die onderliggende behoefte[1] dus zonder dat hij/ zij anderen stoort . Bijvoorbeeld het kind leren niet direct kwaad te reageren, zich leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’.
Ouders informeren over gemaakte afspraken en indien van toepassing vragen om medewerking.
Regelmatig controleren/ evalueren van afspraken en leerling belonen (schouderklopje) als hij/zij zich anders/beter opstelt.
Het met de leerling bespreken van en helpen bij het toepassen van gekozen oplossingen in andere ook niet schoolse situatie (verantwoordelijkheid nemen voor eigen gedrag). Indien noodzakelijk inschakelen van externe hulp. Bijvoorbeeld pedagogische hulpverlening ; jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD.
 
Bijlage 2
 
CONSEQUENTIES
 
Als de leerkracht het idee heeft dat er sprake is van onderhuids pesten, kan hij/zij ook een algemeen probleem aan de orde stellen om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.
  
De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest (of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem melden) en stap 1 t/m 4 leveren uiteindelijk geen positief resultaat op voor de gepeste.
Dan kunnen de volgende consequenties gaan gelden,opgebouwd in 5 fases, afhankelijk van hoelang de pester door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en / of geen verbetering vertoond in zijn / haar gedrag:
 
FASE 1:  
Eventueel aanvullende sancties:  
FASE 2:                                                                                                                                                                       
FASE 3:  
Fase 4:  
Mogelijke adviezen aan ouders: (eventueel over te nemen in de schoolgids)
 
Ouders van gepeste kinderen:
  1. Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
  2. Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
  3. Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken
  4. Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.
  5. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  6. Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.
 
Ouders van pesters:
  1. Neem het probleem van uw kind serieus
  2. Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden
  3. Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen
  4. Maak uw kind gevoelig voor wat het  anderen aandoet
  5. Besteed extra aandacht aan uw kind
  6. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
  7. Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind
  8. Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat
 
Alle andere ouders:
  1. Neem de ouders van het gepeste kind serieus
  2. Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan
  3. Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
  4. Geef zelf het goede voorbeeld
  5. Leer uw kind voor anderen op te komen.
  6. Leer uw kind voor zichzelf op te komen
 
 
 
[1] Uit het boek WinWin, dr. Spencer Kagan dr. P. Kyle, Basalt 2005
Positie waarin de leerling zich bevindt: Onderliggende behoefte ( zo zou je graag willen dat het was…..)
Aandacht zoeken Voelen dat anderen om je geven
Falen vermijden Je succesvol voelen
Boos zijn Ongenoegen uitdrukken
Controle willen Voelen dat je mensen en dingen kunt beïnvloeden
Energiek zijn Bewegen, aanraken, expressief zijn
Verveeld zijn Gemotiveerd zijn, interessante stimuli hebben
Onwetend zijn Weten hoe je op een verantwoordelijke manier met anderen om moet gaan